
Testautomatisering toekomstbestendig maken: lessen uit migraties
In een eerder artikel schetsten we waarom migraties meer zijn dan een toolwissel. In dit artikel zoomen we in op de ontwerpkeuzes die het verschil maken.
Testautomatisering voelt stabiel, totdat een tool begint te wringen. Ondersteuning neemt af, fouten zijn lastig te reproduceren of nieuwe technieken passen niet meer. Dat moment voelt vaak als een technisch probleem, maar is in werkelijkheid een ontwerpmoment. Een migratie dwingt teams om opnieuw te kijken naar wat hun automatisering werkelijk doet.
Veel migraties mislukken omdat ze starten bij de tool. Wat is moderner? Wat wordt beter ondersteund? Die vragen zijn logisch, maar onvolledig. Een toekomstbestendige aanpak begint bij de inhoud. Welke scenario’s zijn kritisch voor kwaliteit? Welke controles wil je dagelijks vertrouwen? En welke tests leveren vooral onderhoudslast op?
Een proof of concept is alleen waardevol wanneer hij dat onderscheid zichtbaar maakt. Niet door een demo te draaien, maar door echte scenario’s te automatiseren. Hoe leesbaar blijft de testcode? Hoeveel aannames moet je vastleggen? En hoeveel kennis vraagt dit van het team? Dat zijn de vragen die bepalen of een tool past, niet het aantal features.
Bij een migratie hoort vaak herschrijven. Dat voelt als verlies, maar is meestal winst. Tests die ooit logisch leken, blijken historische ballast. Door ze opnieuw te ontwerpen, ontstaat een kleinere, scherpere set die beter aansluit bij het huidige systeem. Migratie wordt zo een moment om technische schuld af te bouwen in plaats van te verplaatsen.
Een stabiele testaanpak overleeft een toolwissel. Dat lukt alleen wanneer structuur, testdata en scenario-afbakening leidend zijn. Tooling ondersteunt die keuzes, maar vervangt ze niet. Wie dat onderscheid scherp houdt, maakt automatisering flexibel in plaats van kwetsbaar.


