De balans tussen perfectionisme en pragmatisme
Als tester maak je de hele dag keuzes. Wat test je wel en wat niet? Hoe ga je om met die ene bug die zelden voorkomt? En wanneer stop je met zoeken en accepteer je dat goed genoeg ook echt goed genoeg is? Ik merk dat ik daarin twee stemmen in mijn hoofd heb. Ik noem ze Pietje Precies en Praktische Paula, en ze zijn het bijna nooit met elkaar eens.
De stem van Pietje Precies
Pietje Precies vindt dat alles getest moet worden. Elk scenario, elk randgeval, elke onwaarschijnlijke combinatie van omstandigheden. Want als je het niet test, bestaat de kans dat je iets mist. En een bug die je over het hoofd ziet, is jouw bug.
Maar in de praktijk werkt dat niet. Hoe verder je in een testtraject komt, hoe meer je merkt dat je niet alles kunt doen. Niet omdat je het niet wilt, maar omdat de tijd het niet toelaat. Dan zoek je je vast in een bug die zich misschien één keer per jaar voordoet, geen merkbare impact heeft op de gebruiker, en intussen liggen de kritieke onderdelen te wachten.
De stem van Praktische Paula
Dan is er Praktische Paula. Die weet precies hoe laat het is. De release staat op de planning, het budget heeft een grens, en de concurrent staat niet stil. Pragmatisme gaat voor haar niet over slordig werken, maar over slim prioriteren. Welke risico's zijn het grootst? Waar zit de meeste impact? Dáár gaat de aandacht naartoe.
Pragmatisme heeft soms een slechte reputatie in de testwereld, alsof het synoniem is voor toegeven. Dat is het niet. Het is een keuze: welke fout is het waard om op te lossen vóór de release, en welke wacht?
Wanneer geef je wie het woord?
De kunst zit niet in het kiezen voor één van de twee, maar in weten wanneer wie aan de beurt is. Pietje Precies houdt je scherp op kwaliteit en risico's. Praktische Paula zorgt dat het werk ook af komt. Ze hebben elkaar nodig.
Wat helpt: vroeg in het traject bepalen wat 'goed genoeg' betekent. Niet halverwege, als de druk al hoog is. Als je vooraf stopcriteria afspreekt met je product owner en ontwikkelaar, wanneer stoppen we en wat moeten we per se hebben gehad, dan hoef je die grens niet telkens opnieuw te trekken onder tijdsdruk.
Communicatie is daarin net zo belangrijk als testkennis. Een tester die alleen in zijn testset leeft, mist de helft. In gesprek blijven met het team bepaalt mee waar de focus moet liggen.
Zo pak je het aan
- Focus op risico
Prioriteer op impact, niet op volledigheid. Kritieke functionaliteiten gaan voor randgevallen. - Automatiseer selectief
Automatiseer wat je vaak herhaalt als regressietest. Steek geen tijd in het automatiseren van situaties die zelden voorkomen of weinig impact hebben. - Betrek het team vroeg
Three amigo sessies of een vroeg gesprek met de developer verbeteren testbaarheid en voorkomen dubbel werk. - Time-box je sessies
Exploratory testing met een tijdslimiet dwingt je tot focus. Evalueer na elke sessie of verdere tests echt iets toevoegen. - Spreek stopcriteria af
"We stoppen als er geen kritieke issues meer opduiken" is een afspraak, geen capitulatie.
De balans vinden is geen eenmalige beslissing. Het is iets wat je steeds opnieuw kalibreert, per project, per sprint, per situatie. Pietje Precies en Praktische Paula zijn er allebei bij, en dat is precies de bedoeling.
Door Danielle van der Bruggen


